Handwerk
Tekst: Emely Nobis
Tijdens de 30-jarige oorlog (1618-1648) genoten de Ferlacher geweren al wereldfaam. Een sleutelrol daarbij speelde de uit Duitsland afkomstige Hans Schmidt, die vanaf 1626 in Ferlach werkte. Zijn wapens waren kunstwerken, met een decoratie van fijn gegraveerde zilveren platen en ingelegde draden en pennen van zilver of ijzer. Onder Schmidts leiding specialiseerden de talrijke smeden van Ferlach zich elk in onderdelen van een geweer. Zo maakten Schäfter het houtwerk van de geweerkolf, verzorgden graveurs de metalen decoraties, maakten Rohrschmieden de metalen loop en slotenmakers het trekkermechanisme. Anderen waren gespecialiseerd in loophaakvergrendeling, bascules, het frame of het polijsten. Meester-wapensmeden stelden de wapens uit al die onderdelen samen. Zij leerden de kunst van hun vaders en gaven het weer door aan hun zonen.
Artistieke waarde
In Ferlach hoef je niet vreemd op te kijken als op klaarlichte dag iemand met een geweer over straat loopt of als er schoten weerklinken. Het Beschussamt – het bureau voor ballistiek waar elk nieuw geweer verplicht moet worden getest voordat het mag worden verkocht – ligt namelijk in het centrum en is alleen tijdens kantooruren geopend.
Het Büchsenmacher- und Jagdmuseum in Schloss Ferlach gaat in op de geschiedenis van de wapensmeden van Ferlach en toont jachtgeweren die er de afgelopen tweehonderd zijn gemaakt.
Het Landeszeughaus (arsenaal) in Graz (Stiermarken) heeft eveneens fraaie exemplaren.
Meer Karinthië


