Dit is deel 4 van onze serie Buitengewoon Burgenland. Bekijk hier deel 3
Als ik wakker word in Burghotel Schlaining, met zicht op het middeleeuws kasteel, hoop ik op een perfecte zonsopgang. Helaas blijft het bij een grijze hemel. Pas enkele uren later breekt de zon door, wat dan wel goede timing is voor een verkenning van de Burgenland-Trails. Dat is een netwerk van veertig kilometer aan mountainbikeroutes op en rond de Geschriebenstein. Met een hoogte van 884 meter vormt die berg het hoogste punt van Burgenland en daarom het doel van mijn mountainbiketocht.
Op een aantal routes van de Burgenland-Trails mag je alleen klimmen, anderen zijn aangelegd voor snelle afdalingen. Een beetje apart is wel dat je als fietser via een app een klein bedrag moet betalen om de routes te gebruiken, ook al bestaat er geen officiële ‘toegangspoort’ tot het netwerk. De organisatie, die de routes aanlegt en onderhoudt, rekent dus op de fairplay van de gebruikers.
Na de fysieke inspanningen mag het er voor mij de rest van de dag wat rustiger aan toegaan. Met de auto gaat het naar het twintig kilometer zuidelijker gelegen Naturpark in der Weinidylle. Een bijzondere locatie daar is het panoramaplatform Weinblick am Eisenberg met een schitterend uitzicht over wijngaarden, de vlakten van Hongarije en de bossen in het zuiden van Burgenland. Wie niet genoeg kan krijgen van dit uitzicht, kan op de flanken van diezelfde Eisenberg een charmant vakantiehuisje huren.
Nog een lokale troef zijn de culinaire adresjes die zich genesteld hebben te midden van de wijngaarden. Bij de toppers horen onder meer Gasthaus Csencsits van chef Jürgen Csencsits en Restaurant Ratschen tussen de houten bungalows van Wohnothek. Zonder grenzen Als afsluiter van mijn rondreis trek ik nog voor enkele uurtjes dieper het uiterste zuiden van Burgenland in.
Een laatste kasteel is Burg Güssing. Helaas is de rondleiding door het complex verouderd en is een update van de informatieborden meer dan welkom. Wel mooi is het uitzicht van boven op de toren op het stadje Güssing, de visvijvers en een verder quasi onbewoond grensgebied. Afgaand op het grote aantal fietsers bij het kasteel moet Güssing een populaire stop op de Paradiesroute zijn, een 260 kilometer lange toeristische lus door het zuiden van Burgenland.
Maar in plaats van op de fiets spring ik dit keer in een kano voor een relaxt tochtje op de rivier de Raab die door het gelijknamige natuurpark slingert. Bijzonder aan het natuurgebied is dat het zich over drie landen uitstrekt, waardoor je zonder het goed te beseffen plots in Hongarije aan het varen bent, tijdens een wandeling in Slovenië rondloopt om uiteindelijk toch weer in Oostenrijk uit te komen. Wat het IJzeren Gordijn jarenlang gescheiden hield, is nu weer een. Een regio als Burgenland kan daar alleen maar dankbaar voor zijn.
Meer info over deze regio vind je op: Burgenland.info


